Extra maatregelen elektronische kentekenregistratie Brink

DELEN
Afbeelding: Google Maps

Assen – De gemeente Assen neemt extra maatregelen om de overgang naar het voetgangersgebied op de Brink onder de aandacht te brengen van automobilisten. Er komen bordenportalen aan beide zijden van de weg. Op de bordenportalen komt bovendien extra ruimte voor het woord controle in combinatie met een afbeelding van een camera om te waarschuwen voor elektronische kentekenregistratie. Behalve de bordenportalen wil de gemeente ook witte strepen op het wegdek aanbrengen in combinatie met voetgangers- en fietserssymbolen. Zo wordt gemarkeerd dat weggebruikers een voetgangerszone naderen.

De gemeente besloot in 2013 als onderdeel van de gebiedsvisie ‘Brink en omgeving’ de Brink autoluw te maken. Sinds 1 november wordt door middel van elektronische handhaving (camera’s) gecontroleerd of automobilisten de regels wel naleven. In de eerste maand werden er nog waarschuwingen uitgedeeld om automobilisten voor te lichten over de gewijzigde situatie. Vanaf december werd verbaliserend opgetreden. Dat leidde in de laatste maand van 2016 tot 1200 bekeuringen. Dat aantal is in de afgelopen maanden weliswaar met de helft gedaald, maar blijft met 600 volgens het college hoog. Met name bezoekers aan Assen worden op de bon geslingerd.

Het aantal overtredingen was voor het college aanleiding om te onderzoeken of de overgang naar het voetgangersgebied nog beter onder de aandacht kan worden gebracht. In juridische zin is daarvoor overigens geen noodzaak omdat eerder het Parket Centrale Verwerking Openbaar Ministerie (COVM) en de lokale driehoek het plan van aanpak voor de elektronische handhaving goedkeurden. Door het plaatsen van extra bordenportalen en markeringen in het wegdek wil het college automobilisten nog beter attent maken op het naderen van de voetgangerszone. De extra maatregelen zijn opnieuw voorgelegd aan het COVM die akkoord gaat.

De bordenportalen worden geplaatst bij toegangswegen naar de Brink: de Brinkstraat, de Torenlaan en voor het Drents Museum.