ING Help Nederland Vooruit

DELEN

Assen – Van 9 tot en met 30 januari kan heel Nederland stemmen op hun favoriete stichting. Stem ook op jouw favoriete lokale stichting en help ze zo aan zoveel mogelijk stemmen. Het aantal stemmen bepaalt namelijk de hoogte van de donatie die ze krijgen van het ING Nederland fonds.

In november konden lokale stichtingen zich aanmelden voor de campagne ‘Help Nederland vooruit’ van het ING Nederland fonds. Uit alle aanmeldingen zijn 260 stichtingen gekozen om door te mogen naar de stemronde. Tijdens deze stemperiode is het de bedoeling dat de stichtingen zoveel mogelijk stemmen verzamelen. Het aantal stemmen bepaalt namelijk de hoogte van de donatie die ze krijgen. De bedragen variëren van € 1.000 (minste aantal stemmen) tot € 5.000 (meeste aantal stemmen).

Voor de campagne is Nederland in 52 regio’s verdeeld. Per regio voeren 5 lokale stichtingen tussen 9 en 30 januari campagne om zoveel mogelijk stemmen te verzamelen.

Nederland telt tal van actieve verenigingen en stichtingen. Met waardevolle initiatieven zetten zij zich lokaal in voor mensen en de maatschappij. Wij zijn blij met alle activiteiten waar onze samenleving van profiteert en daar hebben wij graag wat voor over. Met de campagne ‘Help Nederland vooruit’ van het ING Nederland fonds geven we deze initiatieven een steuntje in de rug.

Stem nu op je favoriete initiatief en help ze aan een donatie. Een lokaal initiatief is de Stichting Vrijwilligers Terminale Zorg Drenthe (VTZD). De VTZD is opgericht in 2002 om tijd, aandacht en ondersteuning te bieden aan mensen in hun laatste levensfase en aan hun mantelzorgers. Dit doet de VTZD door inzet van goed geschoolde vrijwilligers, zowel in de thuissituatie als in de vier Drentse hospices. De VTZD wil een onderzoek en plan van aanpak maken om mensen eerder kennis te laten maken met de inzet van de vrijwilligers van de VTZD.

Hospice Het Alteveer in Assen is één van de vier Drents hospices en vraagt om uw stem uit te brengen via onderstaande link:

Stem op dit initiatief.

Foto: M. Babtist