Pleidooi voor standbeeld van Tokkel op vernieuwd Koopmansplein

DELEN
Links de ansichtkaart die jarenlang in Assen werd verkocht (gemaakt door zijn dochter Sascha). De opbrengst ging naar het Tokkelfonds, dat kleine cadeautjes uitdeelde aan daklozen. Rechts Tokkel zoals Willard Bouwmeester graag een standbeeld van hem zou zien.

Assen – In het kader van het nieuwe Koopmansplein heeft Willard Bouwmeester een column geschreven waarin hij pleit voor een standbeeld van Tokkel op het plein. Woensdagavond (vanavond) is bij Plein 10 een bijeenkomst over het nieuwe Koopmansplein.

De herinrichting van het Koopmansplein in hartje Assen gaat de volgende fase in. Een plein dat, zo zegt wethouder Roald Leemrijse, de uitstraling moet krijgen die hoort bij een provinciale hoofdstad. Er komt ook ongetwijfeld weer geld beschikbaar voor kunst. En ik hoop dat er een standbeeld van Tokkel verrijst. Omdat het verhaal van Tokkel een bijzonder hoofdstuk is in de geschiedenis van Assen.

Van gitarist naar stadszwerver
Vrijwel iedere Assenaar kent Tokkel (bijnaam van Robert Imker, 1948 – 2001). Hij startte eind jaren ’60, samen met zijn broer Remco en Peter Homan, de band The Sound of Imker. Het was een woeste band die in zijn korte bestaan de podia teisterde met tamelijk eenvormige garagerock. Hoogtepunt was een optreden op het vermaarde festival Flight to Lowlands Paradise in Utrecht, naast groepen als Pink Floyd, Jethro Tull, Cuby & Blizzards en The Outsiders. In 1969 verscheen hun eerste en enige single “Train of Doomsday” (vandaag de dag zelfs nog te beluisteren op Spotify!).

“Hej’n guld’n voor mij ?”
Toen de band werd opgeheven ging het langzaam maar zeker minder met Tokkel. Hij probeerde nog wat te spelen (zelfs met bijvoorbeeld Herman Brood), maar na de scheiding met zijn vrouw ging Tokkel zwervend door het leven. Hij werd Assens bekendste stadszwerver. Legendarisch was de vraag die hij aan iedereen stelde: “Hej’n guld’n voor mij?” Een keer haalde Herman Brood hem naar Amsterdam en sneed hij met een stanleymes alle oude kleren van zijn lijf. Tokkel voelde zich uiterst onwennig in het nieuwe pak dat Brood hem had aangemeten. Hij had heimwee naar zijn gabbers in Assen en keerde terug.

Vrolijk, vriendelijk, ondanks alles
Ik kan me herinneren dat ik Tokkel altijd maar een vreemde vogel vond. Onverzorgd, vaak beschonken, maar altijd vriendelijk. Later is zijn verhaal mij steeds meer gaan fascineren. Er zwerft nog steeds een korte documentaire van RTV Drenthe op internet, waarin ze de vrolijk gestemde zwerver een dag volgen. Het is een ontroerend en af en toe hilarisch portret (‘wijn is gezond veur de mens, zitt’n droev’n en vitamien’n in en zo’). Onder dat portret staat een reactie van Mirjam Kloek. Het omschrijft Tokkel perfect.

Een vriendin van mij vertelde me ooit dat ze Tokkel had gezien. Hij vroeg een gulden aan een jongetje van ongeveer 10 jaar. Hij zei: “een gulden? Ik krijg maar 2 gulden per week!” Tokkel zei meteen: “Krijg je zo weinig?” Hij haalde meteen geld uit zijn zak en gaf het hem… “Koop er wat leuks voor!”

Kunst met een verhaal
In 2001 overleed de markante Assenaar. Zijn overlijden haalde zelfs de nationale media. Zijn verhaal blijft voor altijd een bijzonder hoofdstuk in de geschiedenis van onze stad. Wat mij betreft moet dat verhaal doorverteld blijven worden en mag hij voor eeuwig zwerven in het centrum van Assen. Geen zielig standbeeld van een verloren zwerver, maar Tokkel met de duim omhoog, een gulle lach en een flesje wijn verstopt in zijn diepe jaszakken. Ik zie het wel zitten. En ik denk Tokkel zelf ook.

Informatie over het leven van Robert Imker komt van verschillende bronnen. Met name In en Om Assen is een belangrijke bron geweest tijdens het schrijven van deze column.

Willard Bouwmeester